3 vragen over het democratisch gehalte van het Oekraïnereferendum

Hier volgt een gastcolumn van Rick van Well, student politicologie aan de Universiteit Leiden.

Gisteren mochten we weer naar de stembus. Deze keer niet voor verkiezingen, maar voor het eerste raadgevende referendum in Nederland. Hoe democratisch was deze nieuwigheid in de Nederlandse politiek? Om dat te beoordelen, toets ik dit referendum aan een aantal democratische waarden.

Inclusiviteit: Doet iedereen mee?
Het belangrijkste democratische ideaal is misschien wel dat van politieke gelijkheid: alle burgers nemen in gelijke mate deel aan het politieke proces.

Wat dat betreft scoort dit referendum slecht. De opkomstdrempel heeft daarbij ook niet geholpen door een strategisch element te introduceren. Hoewel de opkomstdrempel gehaald is, heeft slechts 32 procent van de kiesgerechtigden zijn stem uitgebracht. Dat is bijzonder weinig, zeker vergeleken met de opkomst bij het referendum in 2005 (63 procent) en de laatste Tweede Kamerverkiezingen (75 procent). Zelfs bij de waterschapsverkiezingen was de opkomst hoger (44 procent)!

Oordeel: negatief

Oekraïne referendum uitslag                           Bron: https://twitter.com/jelkeb/status/717951338139795456

Deliberatie: Wordt er inhoudelijk gediscussieerd?
Voordat er sprake was van een referendum over het associatieverdrag met Oekraïne, was dit onderwerp geen issue bij het grote publiek. Het ging voor veel mensen niet over een belangrijke politieke overtuiging. Kiezers hebben dus een goede inhoudelijke campagne nodig gehad om kennis op te doen en een mening te kunnen vormen.

Het debat over het verdrag is vooral gegaan over de vraag of de argumenten van de tegenstander klopten. Het nee-kamp hamerde erop dat dit verdrag een opmaat naar een EU-lidmaatschap van Oekraïne zou zijn. De initiatiefnemers van dit referendum gaven zelfs toe dat Oekraïne ze niks interesseerde. De voorcampagne werd vooral gedwongen hierop te reageren in plaats van eigen argumenten aan te dragen.

Lichtpuntje is dat veel media desondanks geprobeerd hebben goede objectieve informatie te geven. Dat heeft echter weinig gebaat; 3 procent van de kiezers zegt ‘goed’ te weten wat er in het verdrag staat; 33 procent ‘ongeveer’. Een groot deel van de kiezers zag het associatieverdrag als de eerste stap op weg naar een Oekraïens EU-lidmaatschap; 28 procent van de kiezers zei dat hun stem vooral een stem tegen de EU zal zijn.

Oordeel: negatief

Beslissingsmacht: Hoeveel invloed hebben burgers op de politieke besluitvorming?

Bijzonder is dat in Nederland niet politici, maar burgers zelf een referendum uit kunnen roepen. De onderwerpkeuze is echter beperkter. Er kan slechts een referendum gehouden worden over wetten die zijn goedgekeurd door het parlement. Burgers mogen niet zelf een onderwerp aandragen (bijvoorbeeld: Nexit). Ook zijn een aantal wetten uitgezonderd (o.a. over het koningschap, koninklijk huis of een verandering van de Grondwet; meer info).

Het referendum is het belangrijkste mechanisme van directe democratie, aanvullend op de vertegenwoordigende democratie. Een volksstemming over een beleidsonderwerp zou in potentie de meest pure vorm van democratie kunnen zijn, waarbij volkssoevereiniteit benaderd wordt: niet bestuurders, maar burgers beslissen over hun eigen lot.

61 procent van de kiezers heeft tegen gestemd. Dit referendum was echter niet-bindend, wat betekent dat de regering en het parlement de uitspraak van het electoraat in principe naast zich neer kunnen leggen. Het gaat om een advies: een dure opiniepeiling…

Het kabinet heeft van tevoren niet gezegd of het een nee-uitslag zal volgen, maar Rutte zei gisteravond dat ‘we niet zonder meer door [kunnen] gaan met ratificatie.’ De Tweede Kamer vindt dat er in ieder geval ‘iets’ moet gebeuren bij een nee-uitslag, maar wat is niet precies duidelijk. De vraag is ook hoeveel Nederland zelfstandig kán wijzigen.

Oordeel: neutraal

Dus
Omdat de opkomstdrempel (die slechts heeft gezorgd voor een onwenselijk strategisch element) is gehaald, moet de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne ‘heroverwogen’ worden.

Het lastige is nu hoe de referendumuitslag te interpreteren; 62 procent van de kiezers stemde tegen, maar waarom? Moet het verdrag volgens hen volledig in de prullenbak of moeten er alleen enkele onderdelen aangepast worden? En welke onderdelen dan? Of waren ze zelfs niet per se tegen het verdrag, maar ergens anders tegen?

Bovendien: zou een besluit van een volksvertegenwoordiging gekozen door 75 procent van de bevolking geblokkeerd moeten (kunnen) worden door een uitspraak van 32 procent van de bevolking?

Advertenties

One thought on “3 vragen over het democratisch gehalte van het Oekraïnereferendum

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s